Het hele jaar bloei

Mijn Kleine Idylle ziet er elke keer weer anders uit. Er is steeds iets nieuws te ontdekken. Er komen nieuwe planten op, andere planten staan in bloei, de insectenpopulatie verandert. En ondanks die dynamiek is het ook een plek die rust geeft, omdat je merkt dat er harmonie is. Waarom dat is en hoe dat eruit ziet, wil ik graag in de Zzzoemzone met je delen.

Het hele jaar groei

Het hele jaar bloei betekent ook het hele jaar groei. Er vindt een constante cyclus plaats van groei, bloei en afsterven. Hierdoor worden het hele jaar voedingsstoffen uit de grond onttrokken en er weer aan toegevoegd. Constante wortelgroei zorgt voor een luchtige bodemstructuur. Doordat de bodem steeds bedekt is met planten spoelt regenwater niet weg, maar wordt het vastgehouden om langzaam in de bodem weg te zakken. De planten beschermen de grond ook tegen de schroeiende werking van de zon. Het hele jaar bloei (en groei) is de basis voor een gezond ecosysteem.

Het hele jaar voeding

Gedurende hun vliegperiode hebben veel insecten nectar en stuifmeel nodig. Niet alleen om zichzelf te voeden, maar ook de volgende generatie. Dat houdt in, dat er steeds weer planten in bloei moeten staan. Voordat ik de Kleine Idylle heb aangelegd, heb ik me daarom eerst verdiept in de bloeiperiodes van allerlei planten. Ik heb daarbij vooral gekeken naar inheemse planten, die rijk aan nectar en stuifmeel zijn. 

Dit wordt het creëren van bloeibogen genoemd. Op de pagina 'Projecten' kun je daar binnenkort meer over vinden.

De Kleine Idylle biedt meer

In de Kleine Idylle is ook rekening gehouden met schuilplekken en de mogelijkheid voor insecten om zich voort te planten. Er zijn insectenhotels. Er liggen blokken dood hout en er staan her en der dode takken. Er zijn verschillende schuilhoekjes gemaakt van diverse soorten steen. Er is rekening gehouden met zandbijen en -wespen. En natuurlijk wordt er niet geschoffeld of aangeharkt, zodat er tal van 'slordige' plekken zijn. 

Tijd en geduld

Natuurlijk heb je niet 1-2-3 een ecosysteem, waarin planten en dieren in een symbiose met elkaar leven. Dat kost tijd. En je zult ontdekken, dat je niet zomaar allerlei planten bij elkaar kunt zetten. Je zult zien dat insecten vooral getrokken worden door inheemse planten, maar je hoeft niet alleen voor inheemse planten te kiezen. Zo zijn de Oost-Indische kers, de Goudpapaver en de Vlinderstruik voorbeelden van niet-inheemse planten, die veel bezocht worden door tal van insecten. Misschien wel het moeilijkst naast geduld hebben is, dat je moet tuinieren met je handen op de rug. Op de pagina ‘Verhalen’ kun je ondermeer lezen over hoe ik bepaalde dingen doe.